Schneiden

Wat vanuit normatief oogpunt pleit voor het gebruik van veiligheidsmessen

auteurJens Augustin
Gepubliceerd op10-08-2026

Veiligheidsmessen worden tegenwoordig beschouwd als een van de meest effectieve maatregelen om snijwonden op de werkplek te voorkomen. Of het nu gaat om logistiek, productie, handel of ambachtelijke beroepen – overal waar kartonnen dozen worden geopend, omsnoeringsbanden worden doorgesneden of materialen op maat worden gesneden, maken dergelijke snijwerkzaamheden deel uit van de dagelijkse werkpraktijk. Ondanks dat het om routinematige handelingen gaat, brengen deze werkzaamheden een aanzienlijk risico op letsel met zich mee.

Tegen deze achtergrond vragen veel bedrijven zich af of het gebruik van veiligheidsmessen wettelijk verplicht is.

Het korte antwoord luidt: tot nu toe bestaat er noch in Duitsland, noch in de Europese Unie, noch op federaal niveau in de VS een uitdrukkelijke wettelijke verplichting. Toch pleiten de geldende voorschriften inzake arbeidsveiligheid in hun geheel duidelijk voor het gebruik van veilig snijgereedschap, voor zover dit in het kader van de risicobeoordeling passend is.


Geen productverplichting – maar wel een duidelijke verplichting tot het minimaliseren van risico’s

De moderne arbeidsveiligheidswetgeving hanteert geen productgerichte, maar een risicogebaseerde aanpak. Wetten en regelgeving schrijven bedrijven doorgaans niet voor welke concrete hulpmiddelen moeten worden gebruikt. In plaats daarvan verplichten ze werkgevers om gevaren systematisch in kaart te brengen en passende maatregelen te nemen om risico’s zo effectief mogelijk te beperken.

In Duitsland vloeit dit beginsel met name voort uit de wet op de arbeidsveiligheid (ArbSchG). Artikel 5 verplicht werkgevers tot het uitvoeren van een risicobeoordeling, terwijl artikel 3 voorschrijft dat de nodige maatregelen op het gebied van arbeidsveiligheid moeten worden genomen.

De verordening inzake bedrijfsveiligheid (BetrSichV) vormt de belangrijkste rechtsgrondslag voor de keuze van arbeidsmiddelen. Volgens § 3, lid 3, BetrSichV moet met de risicobeoordeling worden begonnen nog voordat de arbeidsmiddelen worden gekozen en aangeschaft. Bij de regelmatige controle ervan moet volgens § 3, lid 7, BetrSichV rekening worden gehouden met de stand van de techniek.

Daarnaast worden de eisen aan veilige arbeidsmiddelen en het gebruik daarvan nader uitgewerkt in de voorschriften en regels van de Duitse wettelijke ongevallenverzekering (DGUV).

Op Europees niveau hanteert de kaderrichtlijn inzake veiligheid en gezondheid op het werk 89/391/EEG dezelfde aanpak. Deze richtlijn schrijft voor dat risico’s zoveel mogelijk moeten worden vermeden of bij de bron moeten worden aangepakt en dat passende preventiemaatregelen moeten worden genomen.

Ook in de VS geldt een vergelijkbaar principe, namelijk de voorschriften van de Occupational Safety and Health Administration (OSHA). Werkgevers moeten veilige arbeidsmiddelen ter beschikking stellen, bekende risico's tot een minimum beperken en hun werknemers hierover de nodige instructies geven.

Wat alle regelgevingen gemeen hebben, is dat ze geen algemene verplichting tot het gebruik van veiligheidsmessen bevatten. Ze eisen echter wel dat bedrijven op een begrijpelijke manier kunnen onderbouwen waarom de gekozen arbeidsmiddelen geschikt en veilig zijn voor de betreffende werkzaamheden.

De risicobeoordeling als centrale basis voor besluitvorming

De beslissing met betrekking tot arbeidsmiddelen vloeit voort uit de risicobeoordeling en de daaruit af te leiden beschermingsmaatregelen.

Als werknemers snijwerkzaamheden moeten uitvoeren – bijvoorbeeld bij het openen van verpakkingen of het op maat snijden van materialen – moeten de daarmee samenhangende gevaren worden beoordeeld. Daarbij moet worden nagegaan met welke maatregelen het risico op snijwonden zoveel mogelijk kan worden voorkomen of effectief kan worden verminderd.

De werkgever is verantwoordelijk voor de risicobeoordeling en het vaststellen van de benodigde maatregelen. Hij kan en moet zich daarbij onder andere laten adviseren door de veiligheidsdeskundige. Bij de keuze van de beschermingsmaatregelen moet in principe het STOP-principe in acht worden genomen:

S – Substitutie: Vermijd waar mogelijk gevaarlijke werkwijzen of ongeschikt gereedschap, of vervang deze door veiligere alternatieven

T – Technische beveiligingsmaatregelen

O – Organisatorische beschermingsmaatregelen

P – Persoonlijke beschermingsmaatregelen

Veiligheidsmessen beschikken, afhankelijk van het model, over ongevallenpreventieve kenmerken zoals automatisch of volautomatisch intrekbare mesjes, veilig verborgen mesjes of beperkte snijdiepten. Wanneer de keuze is afgestemd op de werkzaamheden en het te snijden materiaal, kunnen deze functies het risico op snijwonden aanzienlijk verminderen, zonder dat dit ten koste gaat van efficiënte werkprocessen. Vanuit het oogpunt van arbeidsveiligheid kan het daarom raadzaam zijn om de voorkeur te geven aan geschikte veiligheidsmessen boven conventionele cuttermessen.

Als er geen deugdelijke risicobeoordeling voorhanden is, voldoet de werkgever niet aan zijn verplichtingen uit hoofde van § 5 van de wet op de arbeidsveiligheid en – bij het gebruik van messen als arbeidsmiddel – uit hoofde van § 3 van de verordening inzake bedrijfsveiligheid. Bovendien moeten de resultaten van de risicobeoordeling, de vastgestelde beschermingsmaatregelen en de controle op de doeltreffendheid daarvan worden gedocumenteerd overeenkomstig de wettelijke voorschriften.

Aanbevelingen van de beroepsverenigingen en de stand van de techniek

Toch zijn veiligheidsmessen tegenwoordig in veel bedrijven al een vast onderdeel van de arbeidsveiligheid. Met name in logistieke centra, verzendmagazijnen en productiebedrijven behoren ze inmiddels tot de standaarduitrusting. Deze ontwikkeling wordt ondersteund door aanbevelingen van de beroepsverenigingen en ongevallenverzekeraars, de DGUV en andere vakorganisaties op het gebied van arbeidsveiligheid.

Hoewel deze aanbevelingen geen kracht van wet hebben, kunnen ze bedrijven wel belangrijke aanwijzingen geven over erkende beschermingsmaatregelen, beproefde preventieoplossingen en veilige werkpraktijken. Juist deze begrippen spelen een belangrijke rol op het gebied van arbeidsveiligheid. Bedrijven zijn verplicht om bij de keuze van hun arbeidsmiddelen op passende wijze rekening te houden met technische ontwikkelingen en erkende beschermingsmaatregelen.

In het technisch recht wordt vaak onderscheid gemaakt tussen drie beschermingsniveaus: de algemeen erkende regels van de techniek, de stand van de techniek en de stand van wetenschap en techniek. De verordening inzake bedrijfsveiligheid definieert de stand van de techniek in § 2, lid 10, BetrSichV als het ontwikkelingsniveau van geavanceerde procedures, installaties of bedrijfswijzen waarvan de praktische geschiktheid voor de bescherming van veiligheid en gezondheid als vaststaand wordt beschouwd.

Als er herhaaldelijk snijwonden ontstaan, terwijl er geschikte veiligheidsmessen beschikbaar waren, wordt het voor bedrijven steeds moeilijker om te rechtvaardigen waarom er gebruik is gemaakt van minder veilige gereedschappen.

Dit leidt weliswaar niet tot een directe wettelijke productverplichting, maar wel tot een toenemende normatieve verwachting om moderne en minder risicovolle arbeidsmiddelen te gebruiken.

Meer dan alleen naleving

Het gebruik van veiligheidsmessen is daarom niet alleen een kwestie van naleving van de wet. Het is een uiting van een preventieve benadering van veiligheid. Bedrijven die geschikte arbeidsmiddelen ter beschikking stellen, hun werknemers opleiden en de risicobeoordeling regelmatig herzien, verminderen niet alleen het aantal ongevallen. Ze versterken tegelijkertijd hun veiligheidscultuur en laten zien dat ze systematisch aan hun wettelijke verplichtingen voldoen.

Bovendien kunnen minder uitval, minder meldingsplichtige arbeidsongevallen en een groter veiligheidsbewustzijn bij de werknemers bijdragen aan economische voordelen. Investeringen in veilige arbeidsmiddelen loont daarom zowel vanuit het oogpunt van arbeidsveiligheid als vanuit bedrijfseconomisch perspectief.

Conclusie

Normatieve voorschriften verplichten bedrijven op dit moment (nog) niet uitdrukkelijk tot het gebruik van veiligheidsmessen. Ze dwingen hen echter wel om gevaren te beoordelen en passende maatregelen te nemen om de risico’s te beperken. Juist bij regelmatige snijwerkzaamheden pleiten deze eisen voor het gebruik van veiligheidsmessen.

De eigenlijke vraag is dan ook niet of een wet uitdrukkelijk veiligheidsmessen voorschrijft. Het is veeleer van doorslaggevend belang of, gezien de bestaande risico’s, een traditioneel snijmes nog steeds de veiligste en meest geschikte keuze is. Tegen de achtergrond van de risicobeoordeling, de stand van de techniek en de aanbevelingen van de beroepsverenigingen wordt deze vraag tegenwoordig in de meeste toepassingsgebieden steeds vaker beantwoord ten gunste van moderne veiligheidsmessen.